De gezondheid van een Berner Sennenhond

Een berner sennen met degeneratieve myelopathie

Degeneratieve Myelopathie

Degeneratieve Myelopathie of DM is een progressieve aandoening van het ruggenmerg bij honden. De ziekte kent een langzaam begin en komt meestal bij oudere honden voor. Het start met het verlies van de coördinatie in de achterhand. De hond wiebelt tijdens het wandelen, sleept met de voeten en struikelt. Het begint meestal in één achterpoot en daarna volgt de andere. Wanneer de ziekte vordert, treedt er een algemene verzwakking op tot de hond uiteindelijk niet meer in staat is te lopen. Daarnaast kan er ook incontinentie optreden. Vanaf de eerste kenmerken van de aandoening tot een volledige verlamming van de achterkant is er een tijdspannen van zes maanden tot achttien maanden. Ten slotte kan de krachteloosheid zich ook manifesteren in de voorste ledematen. Het is een ernstige maar niet-pijnlijke ziekte en kan vergeleken worden met ALS of MLS bij de mensen.

Deze neurologische ziekte tast de zenuwbanen aan die de spieren aansturen, waardoor de coördinatie achteruit gaat. Er is een gen ontdekt dat de kans op het ontstaan van de aandoening vergroot. De aanwezigheid van dit gen wordt aangetoond via testen van het DNA. De aandoening wordt veroorzaakt door een verandering in het SOD1:c52-gen dat zich bevindt op exon 2. Daarnaast is er bij de Berner nog een andere mutatie gevonden in het SOD1:c118-gen ter hoogte van exon 1. Daarom is het belangrijk bij de Berners DNA-onderzoek te verrichten naar deze twee exons.

De diagnose kan enkel gesteld worden door uitsluiting van andere factoren. Wanneer het dier overleden is, kan men de diagnose met zekerheid vaststellen.

Een behandeling is er nog niet. Er wordt enkel ingezet op het comfort van de hond.

DM vererft op een recessieve manier. Dit houdt in dat een hond vrij, drager of lijder kan zijn van de aandoening. Lijders lopen het risico dat ze de ziekte ontwikkelen, maar dit gebeurt niet altijd. Dragers kunnen de verandering in het gen doorgeven zonder dat ze zelf symptomen vertonen. Dit maakt het belangrijk om de dragers te identificeren om verspreiding te voorkomen. Men zou moeten trachten te voorkomen dat er lijders geboren worden. Daarom moeten dragers en lijders altijd met een vrije hond gecombineerd worden. Het uitsluiten van dragers en lijders zou de fokbasis smaller maken waardoor er dan weer meer inteelt zou plaatsvinden.


DM resultaat REUDM resultaat TEEF
Vrij(+/+)Drager(+/-)Lijder (-/-)
Vrij (+/+)100% Vrij

50% Vrij

50% Drager

100% Drager
Drager (+/-)

50% Vrij

50% Drager

25% Vrij

50% Drager

25% Lijder

50% Drager

50% Lijder

Lijder (-/-)100% Drager

50% Drager

50% Lijder

100% Lijder